je 'm apelle

je 'm apelle maurenke!

j' ai 13 (treize)

j' habite à schaijk.

je suis né à schaijk

je suis né en mars

je suis hollandais

au rovoir!

je`m apelle

je`m apelle kelly

j`ai  12 (douze)

j`habite à heesch

je suis né à heesch

je suis né en mars

je suis hollandais

au revoir!

woordjes deel 3

hier heb je woordjes deel 3 à – bij alors – dan avoir – hebben j’ai ik heb tu as jij hebt il a hij heeft elle a zij heeft vous avez u heeft la baguette – het stokbrood combien – hoeveel le croissant – de croissant encore – nog mademoiselle – jongedame, juffrouw merci – dank u, dank je regretter – spijten je regrette het spijt me revoir – weerzien au revoir dag, tot ziens le sac – de tas seulement – maar, slechts s’il vous plaît – alstublieft (als je iemand iets vraagt) voilà – alstublieft (als je iemand iets geeft)

woordjes deel 2

dit is woordjes deel 2 geen gesprek woordjes l’appartement m – de flat, het appartement beaucoup de monde – veel mensen la boulangerie – de bakker(ij) calme – rustig derrière – achter heureusement – gelukkig il y a – er is, er zijn ne ... pas – niet où – waar le pain – het brood petit(e) – klein la place – het plein le plan – de plattegrond le quartier – de buurt la rue – de straat toujours – altijd très – zeer, erg la ville - de stad

meer woordjes 2

hier heb je nog meer woordjes S’appeler - heten je m’appelle ik heet tu t’appelles jij heet il s’appelle hij heet elle s'appelle zij heet aussi – ook autre – ander(e) bonjour – dag ça va? – hoe gaat het? ça va bien – (het gaat) goed la classe – de klas le collège – de middelbare school comment – hoe dans – in de, d’ – van l’élève m/v – de leerling et – en être - zijn je suis ik ben tu es jij bent il est hij is elle est zij is madame – mevrouw monsieur – meneer nouveau – nieuw oui – ja le professeur – de leraar salut – hoi voilà – hier is, hier zijn dit was deel 2 van meer woordjes

meer woordjes

hier leer je nog meer woordjes met de betekenis bonjour! - dag! Salut ! - hoi ! Ça va ? - hoe gaat het? Ça va bien, et toi? - het gaat goed, en met jou ? Je m’appelle …. - ik heet ….. Comment tu t’appelles ? - hoe heet jij ? Il s’appelle … - hij heet … dit zijn woordjes die je veel zegt in een gesprek!!

voorstellen

in deze log leer je jou eigen voorstellen in deze log stel ik mezelf ook voor Je naam: Je suis kelly of Je m'appelle kelly Je leeftijd: J' ai 12 (douze) ans Waar je woont: J' habite à heesch Waar je geboren bent: Je suis né à heesch In welke maand je geboren bent: Je suis né en mars Wat je nationaliteit is: Je suis holland of Je suis d'origine hollandais(e) Lees verder...

woordjes

in deze log leer je france woordjes l’auto v = de auto l’autobus m = de autobus le bébé = de baby le café = het café le centre = het centrum la chanson = het liedje le cinéma = de bioscoop le, la concierge = de conciërge le croissant = de croissant le chauffeur – de chauffeur la France – Frankrijk le garage – de garage l’hôtel m – het hotel le mannequin – de mannequin le métro – de metro le pantalon – de broek le parapluie – de paraplu la photo – de foto le porte-monnaie – de portemonnee le restaurant – het restaurant la table – de tafel le taxi – de taxi le téléphone – de telefoon la tente – de tent le train – de trein le trottoir – de stoep

tellen

in deze log leer je tellen in het frans 1 : un 2 : deux 3 : trois 4 : quatre 5 : cinq 6 : six 7 : sept 8 : huit 9 : neuf 10 : dix Lees verder...